Toonladders en akkoorden

- Interactieve tool met verschuifbare elementen

Text en techniek: Gilbert Hoek van Dijke
Realisatie: Paul van Muijen

Deze interactieve pagina beschrijft beknopt de opbouw van toonladders en akkoorden, en illustreert de toepassing binnen de mogelijkheden van de trekharmonica. Via onderstaand menu is toepasselijke informatie beschikbaar, alsmede demonstraties om meer inzicht te verkrijgen in de materie.

Geadviseerd wordt om onderstaande tabbladen in volgorde door te nemen.

De gekleurde sjablonen zijn met de muis versleepbaar ter toepassing bij de gegeven informatie en demonstraties.

1. De uitleg

De balk hieronder toont een chromatische toonladder: de afstand tussen twee opeenvolgende tonen is steeds een halve toon. Omdat deze afstanden gelijk zijn, hoor je geen begin of eind wanneer je de tonen in volgorde speelt.

Veel muziek gebruikt slechts een selectie van deze chromatische reeks tonen. Een veel gebruikte selectie, zeker voor onze trekzakken, is de diatonische ladder. De tonen van deze ladder worden vaak aangeduid met 'do-re-mi- ...'. De groene sjabloon geeft de afstanden (intervallen) weer van deze toonladder. De intervallen mi-fa en ti-do zijn halve toonafstanden, de overige intervallen zijn hele toonafstanden. Door deze verschillen horen we wel een einde aankomen wanneer de tonen in volgorde worden gespeeld.

Een diatonische ladder kan op elke toon van de chromatische ladder beginnen. Wanneer de eerste toon gekozen is, dan liggen de overige tonen vast.

2. Demonstratie

Leg de groene sjabloon op de chromatische ladder, zodanig dat het vakje van de 'do' op de laagste C ligt. De overige vakjes laten dan de overige tonen van de toonladder zien. Met deze tonen kunnen we een melodietje als 'Kortjakje' in de toonsoort C spelen, dus op de buitenrij van een trekzak in C/F of op de binnenrij van een trekzak in G/C. Verschuif nu de sjabloon zodanig dat het vakje van de 'do' op F ligt. We zien de tonen van de toonsoort F. Om dezelfde reeks intervallen te behouden, moeten we de B verlagen tot Bes. Met deze tonen kunnen we opnieuw 'Kortjakje' spelen, nu in de toonsoort F. Het melodietje klinkt hoger.

Je kunt de 'do' van de sjabloon op elke toon van de chromatische ladder leggen, de openingen in de sjabloon laten dan zien welke tonen bij de bijbehorende diatonische ladder horen. Zo kan je zelf voor elke toonsoort nagaan welke tonen verhoogd of verlaagd moeten worden om dezelfde diatonische reeks intervallen te krijgen. Deze verhogingen worden met een kruis (#) aan het begin van de notenbalk weergegeven, de verlagingen met een mol ().

G: 1 kruis (fis)
D: 2 kruizen (fis en cis)
A: 3 kruizen (fis, cis en gis)
Bes: 2 mollen (bes en es)
enz.

Dat de 'do-re-mi-fa-so-la-ti-do'-reeks op elke toon van de chromatische toonladder kan beginnen kunnen we natuurlijk ook laten horen.

Toonladder in C: Leg het onderstaande groene sjaboon met 'do' op 'C' en start de audio-speler:

Toonladder in F: Leg 'do' op 'F' en start de audio-speler:

Toonladder in G: Leg 'do' op 'G' en start de audio-speler:



Sjablonen (sleep de groene balk met de muis over de grijze balk)

1. De uitleg

Met de tonen van de diatonische reeks kunnen we verschillende toonladders maken. De bekendste is de majeur-ladder, deze begint op de do. De paarse sjabloon links toont de intervallen van deze ladder. Leg deze sjabloon zodanig op de groene sjabloon dat het eerste vakje op de do ligt. Je ziet dat de overige vakjes samenvallen met de overige tonen van de diatonische ladder.

De paarse sjabloon rechts toont de intervallen van de mineur-ladder. Ook dit is een diatonische ladder, alleen begint deze op la in plaats van do. Dit kan je zien door deze sjabloon op de groene sjabloon te leggen, maar nu met het eerste vakje op la.

2. Demonstatie

Leg de groene sjabloon op de chromatische reeks, met de do op F. In de open vakjes zie je de tonen van de F-rij van een trekzak. Leg hierop de majeur-sjabloon met het eerste vakje op do (F), en/of de mineur-sjabloon met het eerste vakje op la (D). Je ziet dan dat je op de F-rij de toonladder van F majeur kunt spelen, maar ook te tonen van D mineur. Zo is te begrijpen dat we op een trekzak in C/F ook in D mineur kunnen spelen.

Leg nu de groene sjabloon met het eerste vakje op C. De majeur-sjabloon past nu ook weer met het eerste vakje op C, de mineur-sjabloon past nu met het eerste vakje op A. Dit laat zien dat we op de C-rij van een C/F trekzak niet alleen de tonen van C majeur vinden, maar ook de tonen van A mineur. In principe kunnen we op een C/F trekzak dus ook in A mineur spelen, maar het trekken en duwen komt voor deze toonsoort niet zo goed uit. Daarom worden stukken in mineur meestal in D mineur gespeeld.

Sjablonen

1. De uitleg

Een akkoord is een samenklank van drie of meer tonen. De toonsafstanden tussen deze tonen geven een akkoord een zekere sfeer. Een mineurakkoord klinkt 'droeviger' dan een majeurakkoord. De blauwe sjablonen tonen de intervallen tussen de tonen van verschillende typen akkoorden. Zo is te zien dat het majeurakkoord wordt gevormd door een grondtoon, een toon die 4 halve toonsafstanden hoger ligt (dit interval heet een grote terts) en een toon die 7 halve toonsafstanden hoger ligt (een kwint).

Bij een mineurakkoord ligt de tweede toon niet 4 maar 3 halve toonsafstanden boven de grondtoon, dit interval heet een kleine terts. De hoogste toon ligt een kwint boven de grondtoon, net als bij het majeurakkoord. Deze lagere tweede toon (de kleine terts) geeft het mineurakkoord zijn specifieke, wat droevige karakter.

2. Demonstatie

Leg de blauwe sjabloon van het majeurakkoord met het eerste vakje op de 'do' van de diatonische ladder. Je ziet dat de tonen do-mi-so samen een majeurakkoord vormen. Startend op re of mi lukt dit niet: de intervallen die nodig zijn voor een majeurakkoord komen niet overeen met de intervallen van de diatonische ladder.

  • We kunnen majeurakkoorden samenstellen vanuit:
    • do (do-mi-so)
    • fa (fa-la-do)
    • so (so-ti-re)

  • Leg het geheel met het eerste vakje op de C van de chromatische ladder en herhaal deze demonstratie. Je ziet dan uit welke tonen de mogelijke majeurakkoorden van de C-ladder bestaan:
    • C-akkoord (C-E-G)
    • F-akkoord (F-A-C)
    • G-akkoord (G-B-D)
    Dit zijn precies de majeurakkoordbassen die we aantreffen op een trekzak in C.

  • Op dezelfde wijze kunnen we de majeurakkoorden bepalen die behoren bij de toonsoort F: leg de groene sjabloon met de do op F, en schuif de majeursjabloon op de posities vanuit do, fa en so. Voor de toonsoort F vind je als majeurakkoorden:
    • F (F-A-C)
    • Bes (Bes-D-F)
    • C (C-E-G)
    Dit zijn de majeurakkoordbassen behorend bij de F-rij op een C/F trekzak.

  • Leg nu de groene sjabloon weer met de 'do' op C en herhaal de demonstratie nu met de sjabloon van het mineurakkoord. Mogelijke mineurakkoorden voor de C-ladder zijn dan:
    • Dm (D-F-A)
    • Em (E-G-B)
    • Am (A-C-E)
    De meest voor de hand liggende akkoorden om een melodie in C te begeleiden, zijn zodoende C, F en G majeur en D, E en A mineur.

Om de meest voor de hand liggende akkoorden bij andere toonsoorten te vinden, kan je deze demonstratie herhalen, maar dan met de 'do' van de chromatische ladder op de grondtoon van een andere toonsoort.

Ter illustratie zijn de intervallen behorend bij twee andere akkoorden weergegeven. Op een trekzak zijn deze alleen te spelen door bassen en/of melodietonen te combineren. Zo kan je op en C/F trekzak een G7-akkoord spelen door het G-akkoord aan de baskant aan te vullen met een F aan de melodiekant (je krijgt G-B-D-F), of een A mineur-7 met de combinatie grondbas A en akkoordbas C (A-C-E-G).



Sjablonen


1. De uitleg

Harmonisch en Melodisch mineur

De mineurladder die hiervoor is besproken, noemen we oorspronkelijk mineur. Hiervan zijn twee andere mineurladders afgeleid: harmonisch en melodisch mineur. De sjablonen hieronder tonen de intervallen van deze ladders.

Harmonisch mineur

Bij harmonisch mineur is de 7e toon met een halve toonsafstand verhoogd. Voor de toonsoort D mineur betekent dit: de C is verhoogd tot Cis (zie ook de demonstratie in het scherm hiernaast). Deze verhoging geeft een ander karakter aan de mineurladder, de luistervoorbeelden in het scherm hiernaast illustreren dit.

De 'behoefte' om deze toon te verhogen, wordt wel als volgt verklaard: bij de majeurladder hoor je het einde goed aankomen door de halve toonsafstand tussen de ti en de afsluitende do. De halve toon onder de grondtoon noemt men een leidtoon: deze toon leidt de melodie naar de afsluitende do. De oorspronkelijk mineurladder sluit af met een hele toonsafstand, hierbij is dit effect minder sterk en hoor je de afsluiting minder goed aankomen. Door de 7e toon te verhogen, krijg je bij de mineurladder dezelfde leidtoon als bij de majeurladder. Probeer dit zelf uit met behulp van de demonstratie hiernaast.

Melodisch mineur

Bij melodisch mineur zijn zowel de 6e als de 7e toon een halve toonsafstand verhoogd. Voor de toonsoort D mineur betekent dit: de Bes wordt verhoogd tot B, de C wordt verhoogd tot Cis. Hiervoor wordt wel als verklaring gegeven: door verhoging van de 7e toon bij harmonisch mineur ontstaat tussen de 6e en 7e toon een interval van anderhalve toonsafstand. Dit interval klinkt wat 'vreemd'. Door ook de 6e toon te verhogen, zijn alle intervallen weer teruggebracht tot de vertrouwde halve en hele toonsafstanden. Het einde van de toonladder klinkt nu weer bekend: precies hetzelfde als de majeurladder! Ook dit wordt geïllustreerd met de demonstratie hiernaast.

Akkoordbassen bij mineur

Het verhogen van tonen in de toonladder heeft ook invloed op de akkoorden die we voor de begeleiding kunnen gebruiken. Belangrijke akkoorden voor een melodie in D oorspronkelijk mineur zijn het D mineurakkoord (D-F-A) en het A mineurakkoord (A-C-E). Bij harmonisch en melodisch mineur is de C verhoogd tot Cis. Dit moet dan ook bij de begeleidingsakkoorden gebeuren: het A mineurakkoord verandert dan in A majeur: A-Cis-E. Juist bij harmonisch en melodisch mineur gebruikt men als begeleiding veel de afwisseling D mineur/A majeur, vandaar dat we deze combinatie op onze C/F trekzakken vinden. Bij oorspronkelijk mineur gebruikt men veel de afwisseling D mineur/C (zie de luistervoorbeelden hiernaast).

Door elkaar

Er is geen strikte scheiding tussen deze mineurvarianten. Binnen een muziekstuk kunnen de verschillende varianten door elkaar voorkomen. Ook is de bewering dubieus dat de verhogingen bij melodisch mineur alleen stijgend gespeeld worden. Er zijn werken waarbij deze verhogingen ook dalend voorkomen.

2. Demonstatie

Leg na elkaar de sjablonen van oorspronkelijk mineur en harmonisch mineur met het eerste vakje op D. Je ziet dat de oorspronkelijke mineurladder afsluit met een hele toonsafstand: C-D. Bij harmonisch mineur is de C verhoogd tot Cis, deze ladder sluit af met een halve toonsafstand: Cis-D. Het interval Bes-Cis is anderhalve toonsafstand.

Leg nu de sjabloon van melodisch mineur met het eerste vakje op D. Door verhoging van zowel de 6e als 7e toon (Bes wordt B en C wordt Cis) zijn alle intervallen een halve of hele toonsafstand en sluit de ladder af met een halve toonsafstand (Cis-D). Vergelijk ook de sjablonen van melodisch mineur met majeur: de tweede helft van deze ladders zijn gelijk.

Luistervoorbeelden

Hieronder vind je een karakteristiek mineurloopje in drie varianten: oorspronkelijk, harmonisch en melodisch mineur. Beluister deze (bekijk ook de bladmuziek) en let op de volgende verschillen:

  • Oorspronkelijk mineur: het loopje naar het einde klinkt authentiek, zoals je dat zou kunnen tegenkomen in middeleeuwse muziek.

  • Harmonisch mineur: door verhoging van de 7e toon gaat het slotloopje krachtiger naar het einde toe. Er zit wel een 'vreemd' interval in van anderhalve toonsafstand.

  • Melodisch mineur: door verhoging van zowel de 6e en 7e toon is het vreemde interval verdwenen, het slotloopje heeft een majeurkarakter gekregen.

  • Krebbel:

    Vlaamse melodie met duidelijk het karakter van oorspronkelijk mineur. Alleen aan het einde wordt in de begeleiding even gebruik gemaakt van een verhoogde 7e toon in het A-akkoord (dus A majeur, A-Cis-E) waardoor het slot krachtiger wordt.


    Komt vrienden in het ronde:

    Traditioneel lied met sterk karakter van harmonisch mineur: zowel in de melodie als in de begeleiding komt de verhoogde 7e toon (Cis) veelvuldig voor.


    Oefening: Speel (de eerste maten van) Krebbel eens in harmonisch mineur: vervang de noten C door Cis. Je zult merken dat er niets van deze melodie overblijft, het karakter van oorspronkelijk mineur is zeer bepalend.

    Doe het omgekeerde met Komt Vrienden: vervang de noten Cis door C, hiermee zet je deze melodie om naar oorspronkelijk mineur. Ook nu gaat het karakter verloren. Deze melodie vraagt om harmonisch mineur.

    Helaas ken ik geen muziekstuk in (bijna) geheel melodisch mineur. (tip welkom)



    Sjablonen

1. De uitleg

De majeurladder (beginnend op 'do') en de mineurladder (beginnend op la) zijn niet de enige diatonische toonladders. We kunnen op elke toon beginnen, de ladders die we zo krijgen worden kerktoonladders genoemd. De blauwe sjablonen hieronder tonen de volgorde van intervallen die ontstaan wanneer je een ladder begint op do, re, mi enz. De namen van deze ladders zijn bij de sjablonen vermeld. De ionische ladder kennen we al als majeur, de mineurladder heet ook wel aeolisch.

De overige ladders worden in diverse stijlen volksmuziek wel gebruikt. Zo maakt Cajun-muziek veel gebruik van de mixolydische ladder. Op een eenrijer in C speelt men dan in G mixolydisch. De demonstratie in het scherm hiernaast laat zien hoe dit werkt. De dorische ladder komt ook regelmatig terug. Een bekend voorbeeld is 'Drunken Sailor'. Ook dit wordt in de demonstratie hiernaast verder geïllustreerd.

2. Demonstatie

Mixolydische ladder:

Leg de groene sjabloon met de 'do' op C. We zien de tonen van de C-rij van een trekzak in C. De sjabloon van de mixolydische ladder past nu met de grondtoon op G. Dit betekent dat je op de C-rij kunt spelen in G mixolydisch. Deze ladder lijkt op de 'gewone' toonladder van G majeur, maar de Fis is verdwenen, in plaats daarvan zien we een F. Dit geeft een apart karakter aan deze ladder, dit wordt veel toegepast bij Cajun.

Luistervoorbeeld mixolydisch:

Voor de mixolydische ladder zijn we uitgegeaan van de overbekende "Pletwals", en deze omgezet in mixolydisch. De twee mp3-files (gewoon majeur en mixolydisch) laten goed het verschil in sfeer horen. Verder voegen we een karakteristiek mixolydisch deuntje toe "Friet met Curry".

Dorische ladder:

Leg de groene sjabloon met de 'do' op C. De sjabloon van de dorische ladder past met de grondtoon op D. We zien nu bijna dezelfde tonen als bij de toonsoort D mineur, maar de Bes is verdwenen en in plaats daarvan zien we een B. Deze verhoging geeft het kenmerkende karakter aan het 'loopje omhoog' in de derde zin van 'Drunken Sailor'.

Luistervoorbeeld dorisch:

Voor de dorische mode heeft Gilbert zelf een karakteristiek mineur-loopje gemaakt en hetzelfde loopje naar dorisch omgezet om het verschil in sfeer te illustreren. Tevens een vrij bekend Zweeds deuntje waarin de dorische mode goed te horen is.

Transponeren:

Ook kerktoonladders kunnen we transponeren: we beginnen op een andere toon, waardoor het geheel hoger of lager klinkt. De intervallen blijven behouden, zodat het karakter van de ladder behouden blijft. Leg bijvoorbeeld de sjabloon van de mixolydische ladder met de grondtoon op C van de chromatische toonladder(vergeet niet de groene sjabloon weg te schuiven). We zien de ladder van C dorisch: bijna de gewone ladder van C majeur, maar de B is vervangen door Bes. Dit zijn precies de tonen op de F-rij van een trekzak, op de F-rij kunnen we dus in C mixolydisch spelen.



Sjablonen