Kwintencirkel

(Circle of Fifth)

Auteur: Paul van Muijen

Theorie in praktijk

Een heel handige handigheid in de muziektheorie is de "kwintencirkel", een houvast voor iedere muziekliefhebber die op eenvoudige wijze de vorm waarin muziek bestaat kan hanteren. De kwintencirkel is afgeleid van de term "kwint", hoe kan het ook anders. Een "kwint" is de afstand tussen vijf diatonische tonen, waarbij de eerste toon meetelt. Bijvoorbeeld van C naar G. Een kwintencirkel is een reeks van kwintschreden. Na twaalf schreden wordt de uitgangstoon weer bereikt en is als het ware de cirkel weer gesloten. Alvorens een verdere uitleg te geven en een omschrijving van de toepasbaarheid, bekijk de hiernaast getoonde kwintencirkel:

Zoals je ziet bestaat de kwintencirkel uit een reeks van noten in de vorm van een klok. Als je rond de cirkel in de richting met de wijzers van de klok mee leest, is elke nieuwe noot gesepareerd van de vorige noot door een interval van vijf (bijv. c-d-e-f-g). Als je rond de cirkel in een linksdraaiende richting leest, is elke nieuwe noot gesepareerd van de vorige noot door een interval van vier (bijv. c-d-e-f). Het belang van de vierde en vijfde interval in "Westerse" muziek is belangrijk. De 1ste, 4de en 5de tonen vormen de basis van het begeleidingsverschijnsel. De vijfde en vierde intervallen vormen ook de basis voor hoe wij zeer belangrijke basiselementen in muziek lezen. Het vijfde interval is ook de meest dominante noot in de schaal, na het tonica (basis). De opzet van onze trekharmonica's voorzien ook in de indeling over de rijen met een vijfde (of vierde) interval.

Als je de lay-out van de basknoppen bekijkt, zijn de duw en trek-noten onder elke knop apart een vijfde interval op de toonladder en als je de samenstelling van de knoppen bekijkt, lijkt het opmerkelijk gelijk aan de klok. Bijvoorbeeld, op een trekharmonica C/F, om te beginnen met de lagere binnen basknoppen en rond gaan via de hogere binnenkant (met duwen en trekken), gaan de basknoppen als volgt Bb, Bb, F, C, C, G, D, A. Als je dat met de kwintencirkel vergelijkt, zal je zien dat buiten een paar dubbele noten, deze precies in de richting met de wijzers van de klok mee gaan. 

Het is handig om het diagram te onthouden. Tijdens samenspel kan dit ook goed van pas komen. Stel bijvoorbeeld dat tijdens een samenspelbijeenkomst een paar musici een melodie inzetten die je niet kent en zij vertellen je dat het stuk in de toonladder van 'C' staat, dan weet je met je kennis van de kwintencirkel onmiddellijk dat de vijfde en vierde intervallen van de sleutel van C de F en G zijn, namelijk de noten direct aan de rechter en linker kant van C. Nu weet je dat de begeleidingsakkoorden van het stuk het meest waarschijnlijk de akkoorden C, G, en F zullen zijn en heb je een goede kans dat je minstens de akkoorden van het wijsje kunt meespelen.

Wat ook meteen opvalt is dat het aantal kruizen dat bij de toonladder hoort herkenbaar is aan de klokstand. De toonladder van A heeft dus drie kruizen (staat op 3-uur). Als de kwintencirkel met de klok mee wordt gelezen dan lopen het aantal kruizen steeds verder op, feitelijk tot de klok rond is. Voor de leesbaarheid is dit op de cirkel niet verder dan 6# ingetekend. Tegen de klokrichting in lopen het aantal mollen op.

Een aardig geheugensteuntje om het aantal kruizen bij een toonladder te onthouden is de wijze van schrijven. Als we uit de cirkel bijvoorbeeld van G naar E gaan met de klok mee, dan wordt de G met één pennenstreek geschreven en heeft deze dan ook 1#. De D wordt met twee pennenstreken geschreven en heeft 2#. De A met drie pennenstreken (3#) en de E met vier (4#).

We kijken nu op de kwintencirkel naar de tonen die links en rechts van de grondtoon van de toonladder staan. Dit zijn precies de akkoorden met het akkoord dat dezelfde naam heeft als de toonladder in het midden. Het meest gebruikte akkoord heet het tonica-akkoord ofwel het akkoord dat dezelfde naam draagt als de toonladder zelf. Het tweede belangrijke akkoord is het akkoord dat op de kwintencirkel rechts naast de tonica staat. Dit akkoord wordt dominant akkoord genoemd, omdat dit de toonladder domineert.

Enkele handige ezelbruggetjes om de volgorde van de noten in de kwintencirkel te onthouden zijn:
- Friese Boeren Eten Alle Dagen Gort
   (1 t/m 6 mollen resp. de toonsoorten F, Bes, Es, As, Des, Ges)
- Geef De Armen Een Bordje Vis
   (1 t/m 6 kruizen resp. de toonsoorten G, D, A, E, B, Fis)

Je kunt de kwintencirkel zelfs gebruiken om de majeur toonladders samen te stellen. Kies een noot en 1 noot tegen de klok in, plus 5 noten met de klok mee. Dit zijn de noten uit je toonladder!

Bijvoorbeeld
G majeur bevat de noot G,
één positie tegen de klok in vanaf G = C
en vijf posities met de klok mee vanaf G is D A E B F#

Netjes geordend:G - A - B - C - D - E - F#-G

G majeur

Zoals uit het voorgaande blijkt, biedt de kwintencirkel ook mogelijkheden om akkoorden te vinden bij een melodie. Hier volgen een paar "hints" om snel akkoorden bij een gegeven melodie te vinden.

1) Achterhaal in welke toonsoort de melodie staat (of moet staan). De meest voor de hand liggende mogelijkheid is de noot waarmee de melodie eindigt. Meestal geeft die toon de toonsoort aan. Ook kan je kijken naar de noot waarmee wordt begonnen. In geval van een opmaat kijk je naar de eerste noot van de eerste "echte" maat.

2) Bepaal of de melodie een mineur ("droevig") of majeur ("vrolijk") karakter heeft.

3) Als in 1) bijvoorbeeld een D werd gevonden en in 2) "droevig", dan is de toonsoort dus D-mineur (Dm) en heeft dus één mol als voorteken. Evenzo A en "vrolijk" geeft A-majeur (A) en dus 3 kruisen vooraan de balk.

4) De toonsoort bepaalt nu voor een groot deel welke akkoorden gebruikt kunnen worden. We hadden al gezien welke akkoorden het meest voor de hand liggen in een toonladder. We kunnen deze makkelijk terugvinden met behulp van de kwintencirkel. Kijk op de kwintencirkel naar de tonen die links en rechts van de grondtoon van de toonladder staan. Dit zijn precies het IV, I en V akkoord met het akkoord dat dezelfde naam heeft als de toonladder in het midden. Het meest gebruikte akkoord is het tonica-akkoord ofwel het akkoord dat dezelfde naam heeft als de toonladder zelf. Het tweede belangrijke akkoord is het akkoord dat op de kwintencirkel rechts naast de tonica staat. Dit akkoord wordt dominant akkoord genoemd, omdat dit de toonladder domineert. Het dominant-septiem akkoord is ook het enige majeur akkoord dat met septiem laddereigen is. Voor C-groot hebben we zodoende als akkoorden: C, G7 en F als basis en Am Em Dm ter afwisseling.

5) Begin het begeleiden van een melodie met het akkoord op de tonica. Als dit niet meer klinkt, probeer dan het dominant -of dominant-septiem akkoord- (rechts van de tonica in de kwintencirkel). Als ook dit niet klinkt, probeer dan het sub-dominant akkoord (links van de tonica in de kwintencirkel).

Tot slot nog een overzicht van de mineur-akkoorden welke gelijk gesteld worden aan het majeur-akkoord. Dit wordt de Parallel mineurtoonaard genoemd omdat het majeur-akkoord en de parallel mineurtoonaard evenveel kruizen of mollen heeft.

C  -  Am
G  -  Em
A  -  F#m
Bb-  Gm
F   -  Dm

Bovenstaande gegevens vormen slechts een geringe hoeveelheid wetenswaardigheden over de kwintencirkel, maar voor ons doel denk ik wel de meest belangrijke, al is veel informatie niet exclusief voor de trekzak (zelfs geheel niet toepasselijk), maar......leuk toch?

Veel speelplezier!