4 Bezoekers Online!
 

       Onderwerp

Muziek-Theorie                                             Aantal malen gelezen: 28926

        Auteur

Tjerk Knop

Muziek-theorie

Een tweede stem....

Dit verhaal over het maken van een tweede stem bij een muziekstukje is geen recept met succes-garantie, tenslotte is creativiteit en originaliteit een talent dat ergens wel aanwezig moet zijn en door vallen en opstaan tot ontwikkeling moet komen. Het geeft wat aanwijzingen en misschien vormt het de inspiratie om eens wat te gaan proberen. 
Ik begin met wat muziektheorie. Altijd handig om te weten, echter niet noodzakelijk als je alleen speelt wat anderen opgeschreven hebben.

Toonladders
Als uitganspunt neem ik het klavier van een piano. Daar zitten witte en zwarte toetsen op. Het beginpunt is de witte toets links naast twee zwarte toetsen: dat is de C.

De meest eenvoudige toonladder begint daar en loopt naar rechts alleen over de witte toetsen:
C-D-E-F-G-A-B-C (Na de G begint het alfabet weer bij A). Tussen C en D, en D en E zit een zwarte toets. Als een toets wordt overgeslagen spreken we over een HELE toonsafstand. Tussen E en F zit geen zwarte toets: daar zit een HALVE toonsafstand. Dezelfde halve afstand zit ook tussen B en C.

Deze structuur van hele en halve toonsafstanden zit in elke toonladder:
C-1-D-1-E-½-F-1-G-1-A-1-B-½-C
Het maakt vervolgens niet uit op welke toets wordt begonnen: als deze afstanden op elkaar volgen hoor je een logische reeks of toonladder. Je kunt zo'n reeks ook op een zwarte toets beginnen als de hele en halve afstanden maar in deze zelfde volgorde worden gespeeld.

Voor de namen van de toetsen worden veschillende begrippen gebruikt, afhankelijk van de toon waarmee wordt begonnen. Er komt dan een heel stuk theorie kijken met de kruisen en mollen aan de sleutel. Het is op dit punt dat dit verhaal abrupt stopt. De trekharmonica heeft te weinig noten om hier alles van te moeten weten. We staan alleen even een ogenblik stil bij de beklagenswaardige pianisten die al die toonladders moeten studeren en de namen onthouden??

Majeur en Mineur
De bovenomschreven reeks kent een variant: de afstand D-E was HEEL, E-F was HALF. Als deze afstanden worden omgedraaid zou je de zwarte toets links naast de E spelen. Omdat de toets nog vaag iets met die E te maken heeft krijgt hij in dit geval een naam afgeleid van die E en wordt het een Es. De reeks wordt nu
C-1-D-½-Es-1-F-1-G-1-A-1-B-½-C
Als je dit speelt hoor je de kleur van de toonladder veranderen van vrolijk naar weemoedig. De toonladder is veranderd van Majeur (groot) naar mineur (klein), afgeleid van de toonsafstand tussen de tweede en derde toon (heel of half). Ook hier kun je in principe weer op elke toets beginnen. Een pianist is er weer een tijdje mee zoet om ze allemaal vlot te kunnen spelen??

Drieklanken en Accoorden
De afstanden tussen de eerste en verdere noten in een toonladder hebben een naam. Een aantal licht ik toe:
• De eerste noot heet GRONDTOON
• De afstand van de grondtoon naar de derde noot heet een TERTS (2 hele toonsafstanden)
• De afstand van de grondtoon naar de vijfde noot een QUINT (1 toonsafstand boven de terts of 3 boven de grondtoon)
• De afstand van de grondtoon naar de achtste noot een OCTAAF (weer dezelfde noot)
Vanuit het vorige stukje over majeur en mineur kunnen we de terts nog aanduiden als GROTE terts of KLEINE terts.
Als je grondtoon-terts-quint-octaaf samenspeelt klinkt dat heel plezierig: dit is een accoord. 
Dit komen we heel mooi tegen aan de linkerkant van de trekharmonica. De begeleidingskant bestaat uit knoppen waar een grondtoon onder zit. De naastliggende knop heeft de overige drie noten van het betreffende accoord. Dit heet een drieklank. 
Maar ook de rechterkant volgt een logica. De buitenrij bestaat uit tonen uit de drieklank. Door daar dus meer toetsen tegelijk te spelen zou je ook (delen van) een accoord kunnen spelen. De binnenrij heeft dan min of meer de tussentonen.

Overzicht accoorden
Uitgaande van een CF-trekharmonica komen we aan de linkerkant de volgende
accoorden tegen (C en Bes zijn zowel duwend als trekkend te spelen):
C   = C-E-G-C     Luister naar  C,  E, G,  CE,  EG,  CG, CEG   A   = A-Cis-E-A   Luister naar  A, C#, E, AC#, C#E,  AE, AC#E 
G   = G-B-D-G     Luister naar  G,  B, D,  GB,  BD,  GD, GBD  
F   = F-A-C-F     Luister naar  F,  A, C,  FA,  AC,  FC, ACF 
Bes = Bes-D-F-Bes Luister naar  Bb, D, F, BbD,  DF, BbF, BbDF
Dm  = D-F-A-D     Luister naar  D,  F, A,  DF,  FA,  DA, DFA 

(Cis is op de piano de zwarte toets rechts naast de C en Bes is de zwarte toets links naast de B). In dit overzicht valt misschien op dat veel accoorden "gewone" noten uit de eerder beschreven toonladder van C bevatten. Dat komt mooi uit, want zoveel meer smaken zitten er niet op de rechterkant van de trekharmonica! De afwijkers zijn de Cis in het A-accoord en de Bes in het Bes-accoord. Dit zijn dan ook accoorden die in de wat complexere stukken worden gebruikt, de beginnende spelers beperken zich tot C, F en G. In veel stukjes (tot en met de blues) volstaan deze 3 accoorden.
Als gekeken wordt naar het D accoord kan gesteld worden dat de afstand D-F een kleine terts is, daarom dus het D-mineur accoord.

Toepassen van deze theorie
Nogmaals, deze wetenschap is overbodig als je alleen speelt wat een ander heeft opgeschreven. Je mag je dan zorgen maken over aspecten van de voordracht: volume, accenten, frasering. Of gewoon lekker spelen.
Als je echter wilt improviseren of een tweede stem wilt bedenken is het handig als je de opbouw van de accoorden kunt beredeneren en een paar regels kunt toepassen. Er is geen gouden recept voor dat proces, net zo min als een kunstschilder zomaar kan aangeven hoe je een schilderij maakt.
Hier volgt een aantal statements over methode / voorbereiding en toe te passen harmonieregels.

Methode / Voorbereiden
• leer eerst een stuk uit je hoofd, je moet het helemaal beheersen.

• vooral de linkerhand moet moeiteloos de structuur van het stuk vasthouden (dat is wat je partner met de melodie tenslotte ook speelt). 

zing het stuk mee, zing improvisaties, laat tegelijk de melodie in je hoofd doorlopen. Het is de uitdaging om daarna de gezongen noten eventueel op te schrijven.

oefen veel in het "prikken" van accoorden met je rechterhand, eerst twee noten, dan 3 noten. Deze accoorden speel je dan alleen in het ritme. Door hier veel in te oefenen wordt het een automatisme om bij bepaalde accoorden van je linkerhand bepaalde knoppen met je rechterhand vooral NIET te spelen omdat ze domweg nooit lekker klinken.

het zijn er niet veel op de trekharmonica, maar leer toch maar die paar toonladders te spelen, al of niet met wilde trek- en duwbewegingen of over de beide rijen.

zoek de accenten in de melodie, maak onderscheid tussen belangrijke en onbelangrijke noten. 

Toe te passen harmonieregels
op de accenten is het wenselijk "harmonie" te hebben, dat wil zeggen dat je noten kiest die in het accoord passen.

vooral de terts is een gebruikelijke (veilige) afstand om een loopje uit de melodie mee te spelen. Parallel in het accoord met melodie meespelen geeft altijd een aardig effect (zie voorbeeld 1, let wel op dat dat niet automatisch goed blijft gaan, zie de 2e maat waar de laatste noot een sprong moet maken om weer op een accoordnoot uit te komen).

Voorbeeld 1: Parallelle terts

Midi

het is vlak voor een accentpunt in een stuk soms helemaal niet erg dat twee noten wel naast elkaar liggen en dus "wringen" (dissonant), als daarna maar weer wel een harmonie vormt. Dat heet oplossen.

Voorbeeld 2: Dissonanten

Midi

speel stuivertje wissel met de melodie: als de die omhoog gaat, ga jij naar beneden.

Voorbeeld 3: Omhoog - Omlaag

Midi

hou gelijke tred met ritmische figuren uit de melodie.

Voorbeeld 4: Ritmisch synchroon

Midi

juist keihard tegen het ritme, maar gestructureerd, door bijvoorbeeld tijdens een ritmisch figuur dat wordt afgewisseld door een rustig deel in de melodie juist in dat rustige deel je even te laten gaan?.

Voorbeeld 5: Ritmisch asynchroon

Midi

herhaal kenmerkende loopjes later (canon- of echo-werking, niet te lang volhouden, want op een zeker moment verandert het accoord).

Voorbeeld 6: Ritmisch herhalen

Midi

halveer het tempo van een bepaald patroon.

Voorbeeld 7: Herhalen in half-tempo

Midi

of speel een lange noot terwijl de melodie naar beneden gaat en haal die in het dubbele tempo in.

Voorbeeld 8: Ritmisch inhalen

Midi

de afstand naar de zevende noot had ik nog niet genoemd, die heet SEPTIME, deze noot in een accoord klinkt het heel bluesy. Op de linkerkant van de trekharmonica kan deze niet gespeeld worden, maar als je rechts een accoord prikt lukt het wel. Spannend.

Voorbeeld 9: Septime accoord

Midi

en wat er ook gebeurt: doe of het de bedoeling was en pak de draad verderop weer op, zolang kun je alleen de begeleiding spelen (want die kun je onder alle omstandigheden spelen, toch?), beetje prikken erbij en de dansers hebben niet eens in de gaten dat je het even moeilijk had.

Voor mezelf is het uitwerken van een tweede stem vrijwel onmogelijk zonder de computer. Ik heb software om muziek te noteren en als ik denk dat een melodie wat is, kan de computer me het resultaat (in elk gewenst tempo!) laten horen, dat is niet altijd wat er in m'n hoofd zat?. Het werken met dergelijke software is zeker niet eenvoudig omdat er meteen vanalles goed moet worden geregeld om herhalingen, toonsoorten en maatwisselingen of opmaten goed te laten klinken. Toch kan het enorm helpen als de ambitie er is om eens met deze materie aan de slag te gaan. 
Wel is het aan te raden goed na te gaan of de noten ook daadwerkelijk speelbaar zijn; soms wordt de fantasie beperkt door de mogelijkheden van de trekharmonica.

Maar bovenal: speel de blaren op je vingers, wees niet bang om "fouten" te maken, maak jezelf vrij op je instrument. Zoek anderen op om samen te spelen en luister, luister naar jezelf en hoe anderen het doen.

Tot slot wens ik iedereen veel succes en vooral.... plezier!

Reactie ? gebruik het forum !                                                                                          Geplaatst op: 25 januari 2005